Boekenkast in Bibliotheek

In het belastingrecht ontstaan in de regel conflicten met de belastingdienst als deze een besluit neemt of een beschikking afgeeft. Hierbij kan worden gedacht aan een te hoge aanslag, of de weigering van een aftrekpost in de aangifte. Een wat minder vaak belicht probleem is het uitblijven van een beslissing van de fiscus, waardoor belastingplichtigen in onzekerheid achterblijven of een teruggaaf niet uitgekeerd krijgen.

Wat kun je dan doen op het moment als de Inspecteur maar geen beslissing neemt? Best wel wat! Wij zetten het voor je uiteen.

Iedereen heeft soms een duwtje in de rug nodig!
Iedereen heeft soms een duwtje in de rug nodig!

Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen - niet tegen alles kan bezwaar worden gemaakt

Om met de theorie te beginnen: binnen het belastingrecht, mag men alleen bezwaar maken (een rechtsmiddel inzetten) tegen de beslissing van de Inspecteur waar dat uitdrukkelijk voor bepaald is. Dus niet tegen alle beslissingen kunnen rechtsmiddelen worden ingezet. Dit wordt het 'gesloten stelsel' van rechtsmiddelen genoemd. In het belastingrecht is het dan ook van groot belang na te gaan welke beschikkingen 'voor bezwaar vatbaar' zijn bestempeld door de wet.

Vanuit die gedachte, is het niet vreemd dat het lastig is om een beslissing van de belastingdienst af te dwingen. Geen beslissing, is immers geen 'voor bezwaar vatbare' beslissing. Omdat de wetgever dit ook zag, heeft deze de mogelijkheid gecreëerd om de belastingdienst te dwingen om tot een uitspraak te komen. Meer specifiek zijn er twee mogelijkheden:

  1. Het vorderen van een dwangsom van de belastingdienst.
  2. Beroep instellen tegen het uitblijven van een beslissing.

Ik zal deze mogelijkheden met diens voor- en tegens toelichten.

Het vorderen van een dwangsom wegens uitblijven van een beslissing

De regeling in het algemeen

Wanneer een inspecteur, zoals die van een gemeente of de belastingdienst, niet tijdig beslist op een aanvraag, is hij verplicht een dwangsom te betalen aan de belanghebbende (als de belanghebbende deze vordert). Dit geldt voor elke dag dat het besluit uitblijft na de uiterste beslistermijn, tot een maximum van 42 dagen. Een belanghebbende moet eerst een ingebrekestelling sturen als de inspecteur de wettelijke termijn voor een beslissing overschrijdt. Na ontvangst van deze ingebrekestelling heeft de inspecteur nog 14 dagen om alsnog een beslissing te nemen. Als er na deze periode nog geen beslissing is genomen, begint de termijn waarin de dwangsom verschuldigd is. De dwangsom wordt als volgt berekend:

  • €23 per dag voor de eerste 14 dagen,
  • €35 per dag voor de volgende 14 dagen en
  • €45 per dag voor de laatste periode.

De maximale dwangsom (2024) bedraagt €1.442.

De reikwijdte van de dwangsomregeling

De Hoge Raad heeft in twee arresten de reikwijdte van de dwangsomregeling verder vormgegeven voor het fiscale recht. De dwangsomregelingen ziet in beginsel alleen op 'beschikkingen op aanvraag'. Er bestaan echter ook beslissingen die de Inspecteur 'ambtshalve' moeten nemen (d.w.z. 'uit zichzelf'). Toch heeft de Hoge Raad de dwangsomregeling ook van toepassing verklaard op de verzoeken om ambtshalve vermindering en de aanpassing van de aanslag inkomstenbelasting naar aanleiding van een verlaagde WOZ-waarde. Het juiste verzoek op het juiste moment!Het belang van correcte stappen binnen de dwangsomregeling blijkt uit een arrest waarbij de belanghebbende uiteindelijk geen dwangsom ontving omdat de procedure niet correct werd gevolgd. Hierbij zijn vier cruciale stappen te onderscheiden:

  1. Initieel verzoek: De belanghebbende dient een verzoek in om een beslissing te ontvangen.
  2. Verstrijken van de beslistermijn: De termijn waarbinnen het bestuursorgaan moet beslissen, verstrijkt zonder een besluit.
  3. Ingebrekestelling: Na het verstrijken van deze termijn stelt de belanghebbende het bestuursorgaan officieel in gebreke.
  4. Start van de dwangsom: Indien twee weken na de ingebrekestelling nog geen beslissing is genomen, begint de dwangsomperiode.

In een specifiek geval heeft een belastingplichtige de stappen 1 en 3 gecombineerd door direct na het verstrijken van een wettelijke termijn een ingebrekestelling te verzenden. De Hoge Raad stelde echter dat er een redelijke beslistermijn na het initiële verzoek moet zijn verstreken voordat ingebrekestelling rechtsgeldig is. Dit betekent dat de beslistermijn van twee weken na het initiële verzoek moet zijn verlopen, ongeacht de oorspronkelijke acht weken die de inspecteur had voor het besluit.

Timing is alles bij het vorderen van een dwangsom, niet te vroeg, niet te laat!
Timing is alles bij het vorderen van een dwangsom, niet te vroeg, niet te laat!

Speciale situaties

Er zijn situaties waarin een inspecteur geen dwangsom hoeft te betalen, zoals wanneer de belanghebbende te lang heeft gewacht met het sturen van een ingebrekestelling, de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, of de belanghebbende geen belang heeft bij zijn aanvraag. Zelfs als een belanghebbende juridische stappen onderneemt, blijft de verplichting tot het betalen van een dwangsom bestaan, onafhankelijk van de uitspraak van de rechter. Als een aanvraag door meerdere personen wordt ingediend, wordt de dwangsom gelijkelijk onder hen verdeeld. Dit alles benadrukt de verplichtingen van inspecteurs en de rechten van belanghebbenden bij vertragingen in besluitvormingsprocessen.

Beroep instellen wegens het niet nemen van een beslissing

Artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) speelt een cruciale rol in de procedure voor het indienen van beroep tegen het uitblijven van een tijdige besluitvorming door de inspecteur.

Omdat het onredelijk zou zijn een belanghebbende te binden aan een strakke termijn wanneer de inspecteur zelf nalatig is, het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit in principe niet aan een termijn is gebonden. Er moet echter wel voorkomen worden dat beroep onredelijk laat wordt ingesteld door een belanghebbende, wat tot een niet-ontvankelijkverklaring kan leiden.

De basisprocedure stelt als eis dat de belanghebbende de inspecteur eerst schriftelijk op de hoogte stelt van zijn nalatigheid door middel van een ingebrekestelling, waarna twee weken moeten verstrijken alvorens beroep kan worden ingesteld. Deze stap is cruciaal omdat het de formele start van 'de wachttijd' markeert. Een uitzondering op deze regel geldt als het redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden verwacht de ingebrekestelling te verzenden.

Verder duidt artikel 6:12 Awb op de stappen die gevolgd moeten worden bij het indienen van beroep, namelijk:

  1. De inspecteur overschrijdt de wettelijke termijn zonder een besluit te nemen.
  2. De belanghebbende verstuurt een ingebrekestelling aan de inspecteur.
  3. Twee weken na de ingebrekestelling, zonder dat er een besluit is genomen, is het mogelijk om beroep in te stellen.

Deze regelgeving verduidelijkt ook wanneer een beschikking van rechtswege is verleend en niet tijdig bekend is gemaakt. Belangrijk is dat er geen bezwaar kan worden gemaakt tegen het niet nemen van een besluit of het niet bekend maken van een beschikking van rechtswege. In plaats daarvan is de ingebrekestelling geïntroduceerd als voorbereidende stap voor het beroep.Deze structuur zorgt ervoor dat belanghebbenden gerechtigheid kunnen zoeken zonder onnodig gehinderd te worden door strikte termijnen, wat essentieel is voor een rechtvaardige behandeling in gevallen waar de inspecteur in gebreke blijft.

Het verschil tussen de dwangsom en het beroep?

De bestaansreden voor deze twee mogelijkheden is dan wel hetzelfde, maar de spelregels en het effect niet. Op basis van bovenstaande geven wij de volgende overwegingen graag mee:

  1. Een beroep kan eerder worden ingesteld in bij ambtshalve besluiten van de Inspecteur. Zoals hierboven te lezen, is een ingebrekestelling in die situaties niet direct mogelijk na het verstrijken van de termijn. De Inspecteur moet eerst verzocht worden, dan volgt de ingebrekestelling en vervolgens de dwangsom. Dat eerste verzoek is geen vereiste bij het instellen van beroep.
  2. Een beroepsprocedure is kostbaar in zowel tijd als geld. Hierbij zal vaak bijstand van een adviseur benodigd zijn en de rechtbanken zijn reeds druk bezet dus dit kan zomaar voor meer vertraging zorgen.
  3. Alleen de dwangsomregeling geeft recht op een dwangsombetaling (logisch) en deze is laagdrempeliger omdat geen tussenkomst van de rechter is vereist.
  4. De Inspecteur kan ervoor kiezen de dwangsom 'simpelweg te accepteren' en toch geen besluit te nemen. Een oordeel van de rechtbank terzijde schuiven is daarentegen wel een stuk lastiger.

Geschreven door:

Andreas de Wit

Tax Partner

Met ervaring bij het Ministerie van Financiën voegt Andreas kunde en passie samen als Tax Partner bij Port Sight Tax

Lees meer
Geschreven door:

Andreas de Wit

Tax Partner

Met ervaring bij het Ministerie van Financiën voegt Andreas kunde en passie samen als Tax Partner bij Port Sight Tax

Contact opnemen

Vrijblijvend Adviesgesprek

Meer weten over dit onderwerp? Boek een gratis consult met een van onze specialisten.

Boek een afspraak
In 1 min. geregeld